Paul Isphording

Mijn interesse gaat steeds weer uit naar de verbeelding van de ruimte.

Een ruimte bewoond door objecten die haar vormgeven op een wijze die ik alleen maar kan vermoeden of die ik mij herinner?

De objecten of motieven zelf zijn van ondergeschikt belang, des te belangrijker zijn ze in relatie tot elkaar en tot de hen omringende ruimte. Geen van deze elementen of verbinding daarvan heeft een status quo.

Het is een ruimte die zich altijd weer buiten bevindt en die ik daarom landschap noem. Het is een landschap dat door de objecten, verschuivend voor en door elkaar, enerzijds de illusie van ruimte oproept, anderzijds tegelijkertijd een raster of structuur blootlegt, waardoor de beschouwer het kan ervaren als een drager, een ding, een papier met verf, inkt of houtskool.


Wim de Natris



natris

Over Paul Isphording door Wim de Natris

De landschappelijke ruimte is nog steeds een onuitputtelijke bron voor verbeeldenaars van nu die werken op het platte vlak. Nog altijd raken zij geïnspireerd door het bestaande, tastbare ruimtelijke landschap dat zij “bewerken” naar die andere werkelijkheid van het beeld op het doek of papier. De grote wegbereider voor het anders kijken naar het beeld van een landschap op het platte vlak, Paul Cézanne, legde aan het eind van 19e eeuw de grondslag voor die inspiratie van nu en de uitwerking daarvan. Voor hem was het landschap, waarin we ons bevinden en dat we ruimtelijk kunnen ervaren, een totaal andere landschap dan het geschilderde of getekende equivalent. Wel, én daar was Cézanne duidelijk over, ieder met zijn eigen kwaliteiten. 

Ook de Eindhovense kunstenaar Paul Isphording (1965) lijkt te kijken met de ogen van Cézanne. Niet met een concreet bestaand landschap voor ogen, zoals bij Cézanne het geval was met zijn talloze beeldende vertalingen van de Mont St. Victoire. Isphording heeft ongetwijfeld de visuele ervaring van een landschappelijke ruimtelijkheid als uitgangspunt op het netvlies, maar uit zijn werk blijkt niet welk landschap en de kunstenaar laat zich daarover ook niet uit. Dat resulteert in de karakteristieke gefantaseerde en gedeconstrueerde Isphordiaanse landschappen die naar believen door de toeschouwer geïnterpreteerd kunnen worden. Toch blijven ze ontegenzeggelijk verwijzen naar hun oorsprong: het bestaande landschap, dat je ruimtelijk ervaart. 

Het is natuurlijk een boeiend verhaal en ook spannend om te zien wat de schilder ervan brouwt, maar het fascinerendst in het werk van Isphording zit in een heel ander aspect: hij schildert en hij schildert niet zomaar. Hij bestudeert de pijlers van de schilderkunst (ook hierin is hij in feite een adept van Cézanne): zijn schilderen is in feite de vraag wat je kunt oproepen door elementen van het in werkelijkheid chaotische ruimtelijke landschap op het platte vlak door middel van inkt, verf of houtskool op doek of papier te reorganiseren tot een herkenbaar, overzichtelijk beeld? Ofwel, het is de kunst en kunde van de schilder om op het platte vlak, dat uit niets anders bestaat dan een plat vlak behandeld met een schilder-, teken- of graveertechniek, de beeldend middelen zodanig te organiseren, dat de beschouwer er iets in herkent dat afgeleid is uit die hem vertrouwde werkelijkheid. En dat is schilderkunst pur sang!

Wie de woeste wildernis van de schilderingen en tekeningen van Paul Isphording durft binnen te gaan, gaat een spannend avontuur aan waarin zelfinitiatief in kijken, ervaren en durf hand in hand gaan.

Rob Schoonen 1

Langzaam het doek afpellen

Paul Isphording

 Schilderij van Paul Isphording.

ED 15 januari 2010

De schilderijen van Monet, steeds weer schieten de doeken van die Franse schilder door mijn hoofd als ik kijk naar het werk van Paul Isphording. En dan niet willekeurig zo maar wat doeken, maar die van Monets tuin in Giverny.

Uiteraard die van de lelies, maar meer nog die van de bloemen en struiken - zo gekoesterd door de naamgever van het Impressionisme. Als je goed kijkt naar die schilderijen dan voel je bijna de obsessie van de man. Zeker de latere werken zijn een eerbetoon aan de natuur, maar meer nog aan het schilderen zelf. Steeds minder zie je op die doeken. Waar eerst nogal eens het Japans aandoende brugje werd gepenseeld en hij speelde met de ruimte in het doek, bestaan de latere schilderijen in feite uit niet meer dan planten of de schittering van het licht op het water - heel dichtbij weergegeven.

Isphordings schilderijen en tekeningen hebben evenzeer iets obsessiefs - in de positieve betekenis van het woord. Dat zie je aan de manier van schilderen. De Eindhovenaar begint niet voorzichtig met een schets in houtskool of met een penseeltje zes. Hij lijkt zich op het doek te storten, met alles wat hij in zich heeft. De verf wordt getrokken, wordt geduwd. Met potloden of krijtjes gaat hij al niet veel anders om: als doldwaas kringelen de lijnen zich over de drager - in gevecht met de verf of juist de geschilderde vlakken ondersteunend.

De manier waarop ruimte in het werk is gelegd, dát maakt waarschijnlijk dat de schilderijen van Isphording mij doen denken aan die van Monet. Met je ogen het doek of het blad aftasten en dan - laagje voor laagje - het schilderij afpellen. Dat is wat je doet bij de Franse schilder en datzelfde doe je nu in Bladel. Het grote verschil is natuurlijk dat Isphording zijn objecten of motieven van ondergeschikt belang vindt - heel anders dan Monet die wel degelijk naar de natuur schilderde.

Isphording ontleent zijn thema's aan wat hij ziet - meestal dingen buiten. Maar dat is niet zichtbaar in zijn doeken. We kunnen rietpluimen zien of grashalmen, maar dat is aan elke beschouwer om dat vast te stellen - de kunstenaar zelf laat zich daar niet over uit.

Hem gaat het om die ruimte in dat specifieke werk - eigenlijk werkt Isphording een beetje als een beeldhouwer. Dat is een mooie eigenschap voor een schilder.

De beelden in deze presentatie zijn van Christoph Krane en die stelt ietwat teleur. De reliëfs waarin hij delen van de stalen objecten in elkaar laat grijpen: dat hebbenwe eerder (en beter) gezien. Het oogt ook een beetje academisch allemaal, een beetje voorspelbaar en eenvoudig.

Uitzonderingen zijn de beelden die hij heeft in cortenstaal. Het lijkt wel alsof dat stoere materiaal hem beter ligt of uitdaagt tot grotere daden. Hoe dan ook zijn de twee - op cirkelvormige vormen gebaseerde - objecten buitengewoon boeiend om te zien. De verschillende onderdelen van die beelden grijpen op een heel spannende manier in elkaar en maken het tot interessante sculpturen. Dat lukt hem in de werken van roestvrij staal een stuk minder.

Schilderijen van Paul Isphording en beelden van Christoph Krane. Galerie de Kort, Oranje Nassaulaan 2, Bladel. Open: zaterdag en zondag van 13-17 uur. Tot 8 februari.

Rob Schoonen 2


Abstract werk bestaat niet

Isphording ED

Door Rob Schoonen, Eindhoven Dagblad


Duo tentoonstelling Eindhovense kunstenaars Liesbeth Bijkerk en Paul Isphording in Podium DAK in Geldrop

Het verhaal is inmiddels tamelijk bekend, maar moet nu weer eventjes opgehaald: Midden vorige eeuw werd voor een sociologisch onderzoek een man uit het binnenland van Papoea Nieuw-Guinea opgepikt, met een vliegtuig vervoerd naar New York en midden in Manhattan gedropt.Opdracht: kijk een middag rond. Na die middag werd de man gevraagd wat hem het meest was opgevallen. Je zou denken dat hij de massa wolkenkrabbers of de mensenmassa zou noemen, maar hij gaf simpelweg te kennen: “dat iemand zóveel bananen tegelijkertijd kan vervoeren.” De man uit Papoea Nieuw-Guinea had iemand met een handkar vol bananen zien lopen, en dat maakte diepe indruk. De boodschap van het onderzoek? Dat vrijwel iedereen (alleen) ziet wat hij kent; men amper iets waarneemt wat men niet kent.

En dus is het maken van abstracte kunst iets heikels, want de maker mag dan vanuit een bepaald idee of gevoel iets opzetten, het is maar zeer de vraag of dat idee wordt begrepen door de beschouwer. Wat dat betreft hebben kunstenaars met een figuratief handschrift het een stuk makkelijker. De boom, het huis, de mens, de zon of het stilleven; die onderwerpen worden – zelfs al is een en ander vervormd – door iedereen begrepen. Kunstenaars als Liesbeth Bijkerk en Paul Isphording hebben wat meer drempels te nemen, want zij maken abstract werk. De twee Eindhovense kunstenaars hebben de ruimte in Geldrop zo ‘droog’ mogelijk bent. Ze hebben ervoor gekozen om hun werk als ‘groep’ te presenteren, niet door elkaar. Dat is logisch, maar aan de andere kant wel jammer. Vanwege hun verschillende handschriften had een mengeling van de doeken spannend kunnen uitpakken. Nu is het een keurige aaneenschakeling van werk. Dat is op zich wel prettig, maar knetteren doet het niet en je kunt je afvragen waarom de twee samen exposeren als het maken van vergelijkingen je vrijwel onmogelijk is gemaakt.

Bijkerk heeft in een apart zaaltje van Podium DAK wat kleinere werken opgehangen en dat is een mooi geheel. De schilderijtjes zijn deels autonoom geschilderd en deels geknipt uit grotere doeken. De vlekjes en de strepen: Bijkerk weet met minimale middelen heel spannende dingen te doen op een klein oppervlak. En ja – dan dwaal je als vanzelf weg, naar vergezichten of industriële complexen waar je fijn kunt verdwalen.

Bij Isphording is er de natuur waar je niet om heen kunt. Het sterk lineaire werk sleurt je zonder moeite naar plekken die te maken hebben met boomtakken, twijgen of rietkragen. Is het toeval dat een doek van hem hangt naast een raam met uitzicht op bosschages? Het raam presenteert zich bijna als een van de schilderijen van Isphording en is daarmee een mooi opstapje voor wie daar behoefte aan heeft. Die groene takken en blaadjes kunnen – net als de bananen in het andere verhaal – worden gezien als iets bekends. Leuker ( en spannender! ) is et om het raam te laten voor wat het is en je onderbewuste aan te boren; al het ‘bekende’ overboord te gooien en kleur en vorm van de schilderijen te laten doen waar ze goed in zjn: nieuwe realiteiten vormen in je hoofd.

Hoezo, abstract werk?

Frits Magazine

Zonder titel
Frits Magazine

Paul Isphording Buitenwereld, binnenwereld. Verbeelding van de ruimte. De oorspronkelijke plek. De buitenwereld zet aan tot maken: lijnen, takken, een muurtje. Sfeer, bevreemdingten opzichte van elkaar. Stemming en structuur komen samen. Mysterie. Papier met verf, inkt of houtskool. Deoorspronkelijke plek als punt van vertrek. Een zoektocht naar een innerlijk landschap. Kijken, stilte, doorgronden, er in kruipen... Rustig, abstract. Introvert maar werken met kleur en beweging. Ik ben niet mijn schilderij. Een beetje. Experimenteren experimentele schilders ook met hun leven?Geen behoefte aan grote verandering. Ontwikkeling gaat door. Langzaam; de bron blijft stromen. Afronden, laten, doorgaan, doorstromend geheel. Werken in lagen en lijnen van kleur. Wegzetten, niets meer aan toevoegen of toch wel?


© Paul Isphording 2015